Hechtingsproblemen

De Stichting Bissy4Kids heeft verschillende kinderen in huis met een hechtingsproblematiek. Om daar goed mee om te gaan, is niet gemakkelijk. Een kind met problemen in de gehechtheid is moeilijk op te voeden. Het vraagt heel specifieke vaardigheden van een (pleeg)ouder. Voor mensen die niets van hechtingsproblemen weten, is het heel moeilijk om te zien dat een kind dit probleem heeft. Aan de buitenkant zie je niet zoveel, je zou ze kunnen beoordelen als ‘z.o.z. kinderen’ .  Aan de voorkant zie je niks, maar aan de achterkant is er van alles mis, het zijn kinderen met een gebruiksaanwijzing. De buitenwereld ziet ze vaak als druk, verwend of juist heel erg lief en vriendelijk. Pas als je meer weet van de symptomen kun je tekenen zien van een verstoorde hechting. Dan zul je zien dat het lastige of juist zeer charmante kind aan het overleven is in plaats van leven.

Een kind dat veilig gehecht is, heeft als baby geleerd dat zijn ouders onvoorwaardelijk van hem houden. Zijn ouders hebben hem eten, drinken, warmte en de genegenheid gegeven die hij nodig had om op te groeien. De baby krijgt alles wat hij nodig heeft. Ook leert de baby dat zijn ouders hem niet in de steek zullen laten. Zelfs al gaan de ouders even weg, zij komen altijd weer terug. De ouders kunnen ook boos worden op het kind, maar zullen nog steeds van hem houden. Het kind leert op deze manier dat zijn ouders onvoorwaardelijk van hem houden. Omdat het kind dit weet, durft het kind de wereld te gaan ontdekken, en op latere leeftijd relaties aan te gaan. Het kind heeft basisvertrouwen.

Een kind wat zich niet goed heeft gehecht, heeft dit basisvertrouwen niet. Er is dan sprake van een verstoorde ouder-kind relatie. Een kind kan bijvoorbeeld al op zeer jonge leeftijd te maken hebben gehad met extreme omstandigheden als mishandeling, verwaarlozing, misbruik, ondervoeding, gevolgen van drugs- of alcoholgebruik. Met alle gevolgen van dien…

Juist de eerste periode is van groot belang voor de vorming van een veilige hechting. Wordt er niet of onvoldoende voldaan aan de basale behoeften van het kind, dan kunnen hechtingsproblemen ontstaan. Het basisvertrouwen in anderen ontbreekt, wat in de meer extreme situaties tot een hechtingsstoornis kan leiden. Een kind wat niet veilig is gehecht kan moeilijk relaties aangaan, heeft geen of weinig vertrouwen in anderen, heeft problemen met gezag en is emotioneel instabiel. Dit kan zelfs tot in de volwassenheid tot problemen leiden.

Er zijn globaal twee subtypen bij problemen rond gehechtheid: een actieve vorm (naar buiten gericht, tegen de wereld) en een passieve vorm (naar binnen gericht, tegen zichzelf).

Angstig vermijdend gehecht

Bissy4Kids heeft kinderen die angstig vermijdend gehecht zijn. Kinderen die nauwelijks opvallen, kinderen die volledig ondergesneeuwd worden in een groep. Kinderen die rustig in een hoekje zitten en geen (negatief) gedrag laten zien. Je ziet nauwelijks emotie en ze nemen geen initiatief tot relatie. Ook contact leggen met leeftijdsgenootjes om zo vriendschap op te bouwen is niet aan de orde. De omgeving leert deze kinderen eigenlijk niet kennen, ze hebben geen eigenheid en weinig gevoel voor eigenwaarde. Kinderen met een vermijdende hechtingsproblematiek vermijden dus het contact en zijn met name alleen bezig of helemaal niet bezig. Toch zit er onder dit gedrag heel veel angst. Het is dus doodsbang maar vertoont geen noemenswaardige reactie.

Angstig ambivalent gehecht

Ook hebben we kinderen in huis die angstig ambivalent gehecht zijn. Dit zijn kinderen die veel meer opvallen. Je ziet een onverzadigbare honger naar aandacht, vooral negatieve aandacht. Dit levert immers meer resultaat op dan positieve. Aantrekken en afstoten, bij je zijn en op schoot kruipen (juist ook bij onbekende volwassenen) om vervolgens dwars te zijn, de kop in de nek te gooien als ze niet krijgen wat ze willen. Ze zijn snel boos en verongelijkt. Het belangrijkste voor hen is dat anderen hun lusten bevredigen. Schrokken, super gefixeerd op eten, alles willen hebben, puur impulsief reageren, alle verantwoordelijkheid buiten zichzelf leggen. Zolang je geeft, is het goed. Meestal zijn deze kinderen heel charmant, ze maken erg makkelijk contact, het zijn allemansvriendjes. Maar echte vriendschap wordt niet opgebouwd. Gepaste afstand lijken deze kinderen niet te kennen. Achter het vaak charmante, stoere of zelfs agressieve gedrag zit een onzeker, angstig en zich onveilig voelend kind dat met dit gedrag zijn gevoelens probeert te overschreeuwen. De onderliggende oorzaak voor bijna alle gedragingen is angst. Angst voor de niet te vertrouwen volwassenen: Ze overschrijden continu jouw grenzen om te zien of je wel adequaat sensitief/responsief reageert of dat ze dus kunnen bevestigen “zie je, die volwassenen is ook niet te vertrouwen”. Angst om te presteren, want “ik kan het toch niet”. Angst om afgewezen te worden, want “ik ben toch waardeloos en niet gewenst”. Angst om verlaten te worden, “ook al wil ik niemand dichtbij”.

Gedragskenmerken

De gedragskenmerken van deze kinderen lijken sterk op kenmerken van FASD, PDD-NOS, ADHD etc. Voorbeelden: De kinderen maken slecht contact, doen vaak stoer, zijn snel kwaad en verongelijkt, kunnen moeilijk stil zitten, zijn super beweeglijk, laten grensoverschrijdend gedrag zien, vertonen teruggetrokken gedrag of zijn juist een allemansvriend, ze zijn wreed tegen dieren, liegen, hebben provocerend seksueel gedrag, vernietigingsdrang jegens spullen, zijn maniupulatief, ze spelen mensen, vaak ouders, tegen elkaar uit, ze hebben geen of slechte gewetensontwikkeling, ratelen veel, stellen onzinnige vragen en vertonen abnormaal eetgedrag (hamsteren, alles op de slaapkamer of in huis verstoppen of ongegeneerd schrokken) en vertonen passief-agressief gedrag waardoor ze woede uitlokken bij anderen.
 

Actualiteiten

Kijk voor onze nieuwtjes op de Facebookpagina van Bissy4Kids.